Belgisch witblauw

Het Belgisch witblauw is een runderras ontstaan in België in het begin van de 19e eeuw uit kruisingen tussen "Shorthorns of Durhams" (een rundveeras met grote verspreiding in West-Europa en Noord-Amerika) en lokale rundveerassen. Gedurende jaren verminderde de inmenging van de Shorthorn waardoor het reeds voor het einde van de 19e eeuw verdween. Het huidige Belgisch-witblauwras heeft echter zijn positieve eigenschappen (sierlijke lijn, zijn vruchtbaarheid en diversiteit aan kleuren : blauw, wit en zwart) overgeërfd en aan het einde van de 19e eeuw begint men een "blauw" ras te ontwikkelen, ontdaan van de negatieve eigenschappen van de Durham.

Een Belgisch-witblauwrund is vaak een dikbil, een rund met een buitengewone spierontwikkeling.

Het moderne Belgisch Wit-Blauwe dier onderscheidt zich op volgende punten :

  • Zeer hoge natuurlijke spierontwikkeling.
  • Grote uniformiteit onder de dieren.
  • Zijn groot formaat en goede vruchtbaarheid.
  • Zijn mogelijkheid om jong rundvlees te produceren.
  • Zijn voederefficiëntie bij het vetmesten. Daar Belgisch Wit-Blauwe dieren een hogere voederefficiëntie en een tragere stofwisseling hebben, stoten ze minder stikstof uit dan andere rassen wat ecologisch een voordeel is.
  • Zijn aangenaam karakter.

Belangrijkste kwaliteiten voor de beenhouwer

  • Het karkas van het Belgisch Wit-Blauw rund beantwoordt volledig aan de eisen van de eerste keus vleesmarkt.
  • Voor de kwaliteitsslager biedt dit ras bovendien het hoogste percentage aan eerste keus vlees van alle rassen. Zeer hoog slacht rendement.
  • Hoger percentage aan kwaliteitsvolle stukken (34%) .
  • Een zeer homogeen karkas, rijk aan vlees en arm aan vet ( < 12 % ).
  • Een extreme malsheid van het vlees dankzij de fijne musculaire structuur. Het vlees is bovendien sappig en mager. Kortom, een gezond stukje vlees!